skip to navigation

SPO (partner content)

De Europese pensioenmarkt is in ontwikkeling. Pensioenprofessionals worden steeds meer geconfronteerd met vragen die niet alleen nationaal zijn, maar ook Europees. Kennis van kansen in Europese wet- en regelgeving biedt oplossingen over de landsgrenzen. Wie zich in andere pensioensystemen gaat interesseren komt er bovendien al snel achter dat ze van land tot land verschillend zijn. Elk systeem heeft zijn voor- en nadelen. Het loont om te weten wat de verschillen zijn. We leren hierdoor hoe het anders kan en krijgen meer oog voor opties. In een serie artikelen biedt A-ERE u een blik op de pensioensystemen van een aantal landen. Per keer bezoeken we een ander land. Niet met de bedoeling het te beoordelen, maar om problemen en oplossingen beter te begrijpen zodat u de situatie in Nederland beter kunt beoordelen.

Association for European Retirement Education (A-ERE) A-ERE is een Europees instituut voor pensioenopleiding. A-ERE is het resultaat van samenwerking tussen opleiders van pensioeninstellingen uit diverse EU-landen: SPO (Nederland), TELA (Finland), MEFOP (Italië). Vertegenwoordigers van de Europese Commissie, het Europese Parlement, EFRP en AEIP ondersteunen A-ERE en leveren een bijdrage aan de opleidingen.

Finland: alles in één systeem

and Share
  • FD Selections
  • dinsdag 18 mei 2010

Wie het Finse pensioensysteem wil begrijpen moet in de Finse geschiedenis duiken. Het land werd onafhankelijk van Rusland tijdens de eerste wereldoorlog. Prompt brak een korte, maar hevige burgeroorlog uit tussen de witte garde, die een centrumrechtse politiek voorstond en de rode garde, die het communisme wilde invoeren. Gedurende de tweede wereldoorlog eiste het rode leger vrije doorgang, om de Duitsers in Noorwegen te bestrijden. Finland weigerde en bevocht het enorme Sovjetleger met succes.

Het resultaat was dat Finland zijn onafhankelijk behield, maar sterk onder politieke invloed van de Sovjet-Unie kwam. Bovendien had het land een groot contingent communisten, sterk geconcentreerd onder de zeelieden en landarbeiders, vooral die in de bosbouw. Als klant van de Sovjet-Unie werd Finland gedwongen Marshall hulp te weigeren, waardoor de economie maar langzaam op gang kwam en er weinig ruimte was voor sociale uitgaven. Tegelijkertijd kon het zich geen slecht pensioen veroorloven.

De oplossing werd gevonden in een zeer sterke eerste pijler die ook de ruimte van de tweede pijler innam en grotendeels gebaseerd was op het omslagstelsel. Als extra zekerheid werden de pensioenfondsen van zeelieden en arbeiders in de landbouwsector apart gehouden en werd deelname verplicht gesteld. De uitvoering van het stelsel werd in handen van privé ondernemingen gelaten.

Nog voor de implosie van de Sovjet-Unie begon het systeem te schuiven. Er werd een kapitaalgedekte sector opgebouwd, waardoor het hele systeem het karakter kreeg van een kapitaalgedekt systeem met een hele lage dekkingsgraad. Nu is ongeveer een kwart van het systeem kapitaalgedekt.

Flexible hervormingen
Bovendien werden een aantal wetten opgezet om allerlei witte vlekken weg te werken: voor tijdelijke arbeid, ambtenaren, de evangelisch-lutherse kerk, zelfstandigen, kleinkunstenaars, de inwoners van Åland, een eiland met wat meer autonomie en zelfs sporters (compleet met ongelukkendekking). Het resultaat was een hoge participatiegraad, behalve onder vrouwen zonder betaald werk. Daar werd in 2005 wat aan gedaan, door een betere regeling voor periodes waarin niet is gewerkt. Tegelijkertijd werd de pensioenleeftijd van 65 gebracht op een flexibele periode tussen 63 en 68, met een verbinding naar de gemiddelde levensverwachting. Daar stond tegenover dat een aantal luxe-regelingen voor vroeg pensioen en werklozen pensioen werden gestopt.

In 2007 kwam een nieuwe hervorming tot stand, waarin de maximum pensioenbetaling van het eerste pijler pensioen werd opgeheven. Dat betekent dat een gewenst extra pensioen ook in de eerste pijler kan worden opgebouwd, waardoor er nog minder reden is voor de tweede en derde pijler. De hervormingen van 2007 vereenvoudigden het rechtssysteem door de vele gespecialiseerde pensioenwetten, die weinig verschillen toonden, samen te voegen tot één wet. Deze hervormingen vielen samen met het uitbreken van de kredietcrisis van 2008. Dit toeval werd handig gebruikt voor een snelle versoepeling van knellende solvabiliteitsregels. Toen de crisis voorbij was werd een commissie ingesteld die moest bestuderen of de tijdelijke regels permanent zouden moeten worden. De Finse pensioenfondsen hebben door deze flexibiliteit de crisis uitstekend doorstaan.

Door deze ontwikkelingen is een DB systeem ontstaan met een heleboel elementen in zich, maar nauwelijks een tweede en derde pijler in de normale betekenis en een sterke positie van de eerste pijler, terwijl tegelijkertijd een privé sector van pensioenuitvoerder is ontstaan. Marktleiders in deze sector zijn Varma en Ilmarinen, met een beheerd vermogen van respectievelijk €25 miljard en €22 miljard, samen goed voor rond 60% van de markt.

Nationale tweede pijler
Binnen de eerste pijler wordt een deel onderscheiden naar woonplaats, gefinancierd door werkgevers en de algemene middelen (het budget van de overheid). Dit komt het meest overeen met wat gewoonlijk als eerste pijler wordt aangemerkt. Het tweede deel is afhankelijk van het arbeidsinkomen en gaat meer de kant uit van een nationale tweede pijler. Dit deel wordt gefinancierd door de werkgevers en werknemers, maar de staat draagt bij aan pensioenen voor zelfstandigen en zeelieden.

Het toezicht op het systeem is in handen van het Ministerie van Sociale Zaken en Gezondheid, het Fins pensioencentrum en de toezichthouder op de verzekeringssector. De administratie van de eerste pijler wordt uitgevoerd door het instituut voor de sociale verzekering (Kansaneläkelaitos Kela).

Opvallend in Finland is de communicatie met de deelnemers. Al enige jaren bestaat er een nationaal systeem, gebaseerd op internet, waarin alle rechthebbenden hun pensioenrechten eenvoudig kunnen zien en optellen, ook als ze van verschillende bronnen komen. Privacy problemen zijn opgelost doordat de uitvoerders alleen hun eigen aandeel in het totaal kunnen zien. Hierdoor kan een Fin makkelijker beslissen of zijn pensioenrechten voldoende zijn voor zijn wensen.

Nederland kan veel leren van de Finse ervaringen. De flexibiliteit in de besluitvorming heeft geleid tot een prima verstandhouding tussen overheid, toezichthouder en pensioensector. De verhoging van de pensioenleeftijd koppelen aan een aantal makkelijk te accepteren besparingen en flexibilisering van de regels voor pensionering heeft een indruk van doelmatigheid gevestigd en de pijn verzacht, waardoor het pakket makkelijker te aanvaarden was. De goede communicatie van het opgebouwde pensioen zorgt er voor dat de vervangingsgraad op peil blijft, terwijl de verplichtstelling zorgt voor een goede participatiegraad.

Bovenal, de Finse ervaring met een nationaal georganiseerde tweede pijler zou serieus genomen moeten worden. In Nederland komen van tijd tot voorstellen op voor een nationaal georganiseerde tweede pijler1. Het kan best zijn dat de Nederlandse economie te groot is voor deze gedachte, maar hij moet tenminste goed bestudeerd worden aan de hand van praktische voorbeelden. Bovendien kan het een goed model zijn, bijvoorbeeld voor kleine economieën in centraal en oost Europa.

1Jan B. Kuné: Op weg naar één nationale pensioeninstelling, ISBN 90 5629 347 8, en Eduard Ponds: http://www.mejudice.nl/artikel/196/risicodraagvlak-pensioenfondsen-schiet-tekort-op-naar-een-nationaal-pensioenfonds

Reacties op dit artikel (0)