skip to navigation

SPO (partner content)

Deskundigheidsdossier

De ontwikkelingen in de pensioensector volgen elkaar in hoog tempo op. Pensioenfondsbestuurders en pensioenprofessionals staan in het brandpunt van deze ontwikkelingen. De vraagstukken waar zij mee te maken krijgen zijn aanzienlijk complexer geworden en de risico’s beduidend groter. Om goed te kunnen functioneren is deskundigheid een eerste vereiste. De eisen die aan de deskundigheid worden gesteld nemen toe: ook de lat voor professionals wordt steeds hoger gelegd. De afgelopen jaren is er door de pensioensector hard gewerkt aan het deskundigheidsdossier. Voortdurend worden er nieuwe initiatieven ontwikkeld op het gebied van deskundigheidsbevordering.

SPO heeft als kennis- en opleidingsinstituut vanuit de sector de rol gekregen om deskundigheid van bestuurders en professionals te bevorderen en te vergoten. In een serie artikelen wil SPO graag kennis en ervaringen op het gebied van deskundigheid met u delen.”

Deskundigheid vraagt meer dan kennis

and Share
  • FD Selections
  • dinsdag 13 april 2010

Nu de eerste stofwolken van de financiële crisis zijn opgetrokken, staat de deskundigheid van pensioenfondsbestuurders in het middelpunt van de belangstelling. Het gaat daarbij om meer dan kennis alleen. Inzicht in de discussie over deskundigheid van pensioenfondsbesturen vanuit de visie van een SPO-docent en onafhankelijk beleggingsadviseur, een interview met Marion Verheul

Jean Frijns, een oudgediende in de sector, onderzocht in opdracht van minister Donner of pensioenfondsen de afgelopen jaren hun beleggingsbeleid op een verantwoorde wijze hebben vormgegeven en uitgevoerd. De commissie Frijns overhandigde halverwege januari van dit jaar haar conclusies aan de minister. “Pensioenfondsbesturen moeten bewustere, strategische keuzes maken in de risico’s die ze (willen) lopen en voldoende greep houden op de uitvoering van hun beleggingen.”, zo liet Frijns weten. “Ook moet het bestuur van het fonds voldoende tegenwicht kunnen bieden aan instituties die hun beleggingen uitvoeren.” Juist die laatste conclusie raakt aan de deskundigheid van pensioenfondsbestuurders. Volgens Frijns moet het bestuur van een fonds in alle stadia van het beleggingsproces effectief in control zijn en een tegenwicht kunnen bieden aan uitvoerders en aanbieders van beleggingsproducten. Om dat tegenspel verantwoord te kunnen bieden, moet een pensioenfondsbestuur over voldoende expertise beschikken op het gebied van risicomanagement en vermogensbeheer, om zo zelf actief te kunnen sturen, aldus de commissie. Het volgen van “een cursusje” is daarvoor niet voldoende, liet commissievoorzitter Frijns zich onlangs ontvallen.

Marion Verheul, onafhankelijk beleggingsadviseur en docent bij SPO, brengt nuances aan bij de conclusies die de Commissie Frijns trekt over de deskundigheid van bestuurders. Verheul: “In de discussie over deskundigheid van bestuurders, ligt er steeds een sterke nadruk op kennis. Kennis moet in deze snel veranderende wereld weliswaar voortdurend worden bijgespijkerd, maar er is meer nodig dan kennis alleen. Het gaat om inzicht, om wat je met de kennis doet. Dat onderscheid wordt nog te weinig gemaakt. Ik mis het ook in de conclusies van de Commissie Frijns.”

Kennis, inzicht en tijd
De drie pensioenkoepels, die waar het gaat om deskundigheidsbevordering samen optrekken, zijn het daarover eens. Meer en meer ligt in de bestuurdersopleidingen van SPO de nadruk op competenties, en niet alleen op kennisvergaring. Verheul daarover: “Bestuurdersopleidingen gaan meer nadruk leggen op vaardigheden, in plaats van op louter kennis. Een voorbeeld van zo’n onmisbare vaardigheid voor bestuurders is beoordelingsvermogen. Wat zijn de voorstellen van je externe vermogensbeheerder waard? Dat is een vraag die een bestuurder moet kunnen beantwoorden.

De toenemende eisen aan bestuurd ers vragen behalve deskundigheid ook steeds meer tijd. Verheul: “De beleggingswereld wordt steeds complexer. Om die complexiteit bij te benen, zijn bestuurders steeds meer tijd kwijt aan besturen. In het huidige model levert dat spanningen op, want pensioenfondsbestuurder zijn is meestal geen full time baan. Dat wordt een grote uitdaging de komende tijd. Het is dan makkelijk meteen te denken aan professionals in het bestuur. Maar professionele bestuurders zijn niet de oplossing voor alle problemen. Juist een evenwichtige belangenafweging is een kenmerk van goed pensioenfondsbestuur. Dat is een meer natuurlijke rol voor bestuurders die met beide benen in de sector staan. Die worteling kan verloren gaan met professionele bestuurders. Beleggingsexperts in besturen missen soms de brede bestuurlijke blik.” De oplossing is eerder te vinden in de organisatie rondom het bestuur, denkt Verheul. “Cruciaal is de ondersteuning van bestuurders. Dat gebeurt door koepelorganisaties, door bestuursbureaus en door al dan niet extern ingehuurde deskundigen. Onafhankelijk advies, los van de externe vermogensbeheerder, is in ieder geval een vereiste.”

Heimwee
Een aanlokkelijke oplossing om de toenemende complexiteit het hoofd te bieden, kan een vergaande vereenvoudiging van het beleggingsbeleid zijn. Zo’n vereenvoudiging kan verstandig zijn, maar moet op inhoudelijke gronden gebeuren, vindt Verheul. “Ik neem een toenemende heimwee waar naar een voorbije tijd, waarin beleggingsportefeuilles relatief eenvoudig en overzichtelijk waren. Maar het verlangen terug te keren naar de basis en een afkeer van complexe beleggingsinstrumenten, zijn geen goede drijfveren bij de samenstelling van een portefeuille. Wel moeten bestuurders, meer dan voorheen, kritisch zijn op de toegevoegde waarde van complexe beleggingsinstrumenten. Als de controle op de uitvoering van complexe producten een onevenredig deel van de tijd van bestuurders vraagt, is dat alleen verantwoord als de toegevoegde waarde van die producten voor de totale portefeuille navenant is. Dat is nu niet altijd vanzelfsprekend het geval.”

Reacties op dit artikel (0)