Net als hier, of toch niet?
Het Deense pensioensysteem lijkt op het Nederlandse, totdat je het van dichtbij bekijkt. De eerste pilaar is een nationaal omslagsysteem. De uitkering wordt berekend aan de hand van een basisbedrag dat voor iedereen gelijk is. Er wordt alleen verschil gemaakt tussen alleenstaanden en gehuwden of samenwonenden. Klinkt bekend, toch?
Maar hier beginnen al de kleine verschillen. Het aanvullende pensioenfonds ATP1 (€53,7 miljard) werkt nationaal, is gekapitaliseerd en deelname is verplicht voor de hele bevolking. Een ander verschil is de verhouding van de uitbetalingen van de eerste en de tweede pijler. In Nederland wordt het bedrijfspensioen gekort met een bedrag voor de ontvangen AOW, de franchise. In Denemarken wordt de franchise juist ingehouden op de betalingen uit de eerste pijler en voor ander inkomen dan pensioen. Doorwerken wordt zo bestraft. De pensioengerechtigde leeftijd is 67 jaar voor personen die vóór 1 juli 1999 60 jaar zijn geworden. Vervroegd pensioen is mogelijk, maar alleen om medische (bij tenminste 50% arbeidsongeschiktheid) en sociale redenen.
De bedrijfspensioenen zien er ook heel bekend uit. Er zijn een aantal pensioenfondsen. Anders dan in Nederland zijn de pensioenfondsen niet per onderneming of bedrijfstak georganiseerd, maar per beroep (een uitzondering is TDC, Tele Denmark). Daardoor hebben de meeste bedrijven te maken met meerdere tot vele pensioenfondsen. De grootste fondsen zijn Danica2 (€31,3 miljard), PFA3 (€29,5 miljard), PKA 4 (€15,0 miljard), Sampension5 (€14,8 miljard) en Gjensidige (voorheen Kommunernes Pensionsforsikring, €12,0 miljard). Alle bedrijfspensioenfondsen samen beheren €204 miljard, wat neerkomt op ruim 87% van het Bruto Nationaal Product. Daarmee is het pensioenkapitaal wat kleiner dan in Nederland, maar nog redelijk vergelijkbaar en veel hoger dan in de meeste andere landen van de Europese Unie. Pensioenbeleid wordt bepaald door een samenspel van de ministeries van economische en ondernemingszaken, financiën, de toezichthouder Finanstilsynet, de sociale partners en de nationale vereniging voor de belangenbehartiging van pensioenfondsen Forsikring og Pension6.
Verzekerende vrienden
U leest het goed. Waar in Nederland pensioenfondsen en verzekeraars elkaar voortdurend in de haren zitten, zijn in Denemarken de pensioenfondsen verzekeraars geworden. Het pensioen komt voort uit het beschikbare premiestelsel (DC)7en niet, zoals in Nederland, een beschikbare uitkeringssysteem (DB). De Deens pensioenverzekerde draagt individueel niet alleen het risico van het beleggen, maar ook het risico van een lage rente bij het omzetten van zijn opgebouwde pensioenkapitaal naar een lijfrente. Die transformatie kan overigens gewoonlijk door het eigen pensioenfonds verzorgd worden.
Aangezien de individuele risico’s groot zijn schrijft de overheid voor dat er bij intrede in het pensioenfonds garanties moeten worden gegeven voor de beleggingsopbrengst. Minimaal zijn deze garanties 0%, dus de verzekerde krijgt in elk geval zijn inleg terug. Gewoonlijk zweeft de garantie tussen 1% en 4,5%. De garanties zullen op lange termijn normaal gesproken onder de inflatie blijven. Daarnaast hanteren de meeste verzekeraars een winstdelingssysteem.In de praktijk worden de garanties opgestuwd door de concurrentie tussen de verzekeraars. Dit betekent dat elke verzekerde een gegarandeerd pensioen opbouwt. Daarnaast is hij afhankelijk van de winstdeling voor het bijhouden van de inflatie. In principe lijkt dat erg op het Nederlandse systeem van een gegarandeerd nominaal pensioen en een voorwaardelijk reëel pensioen, met andere woorden, u hebt recht op het beloofde pensioen, maar niet op de inflatie correctie.
Korte termijn en rentegevoeligheid
In de praktijk pakt het Deense pensioen toch anders uit. Het systeem produceert goede pensioenen, maar macro-economisch minder doelmatig. Vanwege de concurrentie zijn de beleggingen gericht op de korte termijn en zou de verzekeraar geneigd zijn veel risico te nemen terwijl er in de polissen niets meer te veranderen valt. Om dat tegen te gaan zijn de solvabiliteitsregels veel strenger dan in Nederland: de voor verzekeraars gangbare Europese regels (Solvabiliteit II)8 worden ook op pensioenfondsen toegepast. Dat komt het rendement natuurlijk niet ten goede, maar het verklaart wel waarom Denen en Nederlanders elkaar op dit onderwerp absoluut niet begrijpen.
Een ander gevolg van het stelsel is dat de pensioenfondsen met een heel ingewikkeld risico op de garantie te maken hebben. Als er winst wordt gemaakt gaat dat ten eerste op aan het opbouwen van solvabiliteit als die onvoldoende is. Wat overblijft, is bestemd voor reserves voor de garantie, vooral als die in slechte jaren aangesproken zijn. Die reserves zijn anders voor verzekerden met een andere garantie, want ze is afhankelijk van de afkoopwaarde van de polis. Dat betekent dat als de rente omhoog gaat er minder gereserveerd moet worden voor polissen met een gegarandeerd rendement boven de nieuwe rentevoet, terwijl de reserve voor polissen met een garantie onder de nieuwe rente onveranderd blijft.
De gevoeligheid voor de rente, gecombineerd met het korte termijn beleggingsbeleid en de concurrentiedruk betekent een grote belangstelling voor ingewikkelde instrumenten die het speciale renterisico afdekken en een grote gevoeligheid voor de prijs daar van.Denemarken heeft met twee maatregelen op de laatste crisis gereageerd. De eerste betrof een verandering van de berekening van de waarde van Deense hypotheken, omdat de lopende regeling de ondergang van de Deens vastgoedmarkt zou hebben betekend. De tweede was het scheppen van de mogelijkheid, tot 31 december 2009 een deel van het pensioen eerder op te nemen om de consumptie te stimuleren. Naar verwachting verdwijnt hierdoor €3,35 miljard aan pensioenkapitaal. Deze maatregel zou in Nederlandse omstandigheden ondenkbaar zijn, vanwege het fiscale dogma dat pensioengeld onbereikbaar moet zijn tot de pensionering.Het Deense systeem is anders en daar kunnen we begrip voor hebben. We kunnen er van leren dat vrede tussen de pensioensector en de verzekeraars mogelijk is, maar grote gevolgen heeft voor de gepensioneerden, die meer risico op hun bord krijgen, zonder dat daar iets tegenover staat. We zien in Denemarken ook dat een overwinning van de verzekeraars leidt tot korte termijn beleggingsbeleid. Misschien mogen we concluderen dat de onvrede tussen Nederlandse pensioenfondsen en verzekeraars de moeite waard is, maar dat die best wat minder schril en met wat meer begrip beleden mag worden.
Volgende keer gaan we kijken naar Frankrijk, waar zelfs de bedrijfspensioenfondsen op een omslagsysteem draaien.
1 http://www.atp.dk/X5/wps/wcm/connect/ATP/atp.dk/tools/language/language
2 http://www-2.danskebank.com/danicapensioninenglish
3 http://www.pfa.dk/?lang=en
4 http://www.pka.dk/pka/public/forside/this_is_pka.htm
5 http://www.sampension.dk/Forside/SAMPENSION/SAMPENSION---In-English.aspx
6 http://www.forsikringogpension.dk/english/Sider/DanishInsuranceAssociation.aspx
7 http://nl.wikipedia.org/wiki/Beschikbare_premiesystee
8 http://www.parlement.com/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vi4fl6t140zt?ctx=vh7zbu35kazc&start_tab0=20