Wij kunnen ons ook een andere aanpak voorstellen, waarbij de vraag en de behoeften van de onderneming zelf centraal staan. Een goed employee benefitsplan kan immers alleen gemaakt worden na een inventarisatie van onder meer:
- het profiel van het bedrijf,
- de korte en langetermijnstrategie,
- de employee benefits strategie
- en andere voor de onderneming van belang zijnde aspecten.
De informatie uit deze analyse kan dan vervolgens vergeleken worden met de verschillende oplossingen die de diverse markten bieden.
Katalysator
De IORP-richtlijn is een belangrijke katalysator gebleken voor veranderingen in de markt van pan-Europese pensioenfondsen. Tegelijkertijd krijgen multinationals steeds meer behoefte aan een meer geïntegreerde, internationale pensioenstrategie. Zij hebben zeer uiteenlopende eisen ten aanzien van hun (grensoverschrijdende) employee benefits. Het is een ware uitdaging om deze behoeften te matchen met alle oplossingen die de markt biedt, zoals (en deze lijst is niet volledig):
1. Binnenlandse pensioenregelingen: lokale pensioen- en employee benefits-oplossingen die in elk land lokaal opgezet en beheerd worden.
2. Multi-nationale pensioenregeling: een combinatie van diverse binnenlandse regelingen
3. Risk pooling: een bundeling van de leven-, invaliditeit- en medische dekkingen die deel uitmaken van de lokale employee benefits-programma's.
4. Herverzekering door een captive van de onderneming, een optie voor de grotere multinationals.
5. Cross-border asset pooling: een gestandaardiseerde oplossing om het pensioenvermogen onder één dak in Europa onder te brengen.
6. Internationaal fiduciair management: de internationale fiduciair manager werkt samen met het bedrijf bij de ontwikkeling en uitvoering van alle belangrijke investeringsbeslissingen.
7. Oplossing in de vorm van een levensverzekering: de multinational werkt samen met een verzekeraar die op basis van de Levenrichtlijn grensoverschrijdende (pensioen)polissen in de EU-Lidstaten mag afsluiten.
8. Pan-Europees pensioenfonds : het centraal beheren van pensioenregelingen, waarbij de uitvoerder is gevestigd in een EU-lidstaat.
De laatstgenoemde vier mogelijkheden zijn relatief nog nieuw met als meest recente ontwikkeling het pan-Europese pensioenfonds. Het kiezen voor de ene oplossing hoeft overigens de andere niet uit te sluiten: ook een combinatie van een aantal alternatieven is mogelijk.
Voor- en nadelen
Elke oplossing heeft eigen fundamentele kenmerken en specifieke voor- en nadelen, die in het volledige artikel aan de orde komen. Het is de ervaring van AEGON Global Pensions dat elke multinationale onderneming haar eigen prioriteiten stelt aan zaken als het beheer, de wens om al dan niet te outsourcen, fiscale efficiency, risico’s en uitvoeringskosten.
Welke oplossing is nu het beste voor een individueel bedrijf? Dat hangt onder andere af van de volgende criteria:
- Wat is het huidige profiel van het bedrijf (het aantal dochterondernemingen en hun locatie, het type pensioenregelingen, de mate van vrijheid voor het lokale management om te beslissen over pensioenzaken, de bedrijfscultuur)?;
- Wat is de huidige employee benefits strategie en wat zijn de wensen voor de toekomst?
- Welke andere aspecten vindt de onderneming belangrijk? Denk bijvoorbeeld aan (een beter) bestuur en beheer, (meer) beheersbaar risico, een uniforme (DC) pensioenregeling voor alle werknemers in heel Europa, kostenbesparingen, etc.
Kortom: er zijn vele manieren om te komen tot een pan-Europese pensioenoplossing. Wat goed is voor het ene bedrijf kan verkeerd uitvallen voor het andere. Daarom is het inwinnen van deskundig advies van essentieel belang.
Bron: Samenvatting van een artikel van Erik Schouten (werkzaam bij AEGON Adfis, Adviesgroep Juridische en Fiscale Zaken en AEGON Global Pensions en verbonden aan het CompetenceCenter for Pensionresearch van de Universiteit van Tilburg), en Heleen Vaandrager (Product Development Manager, AEGON Global Pensions) verschenen in AEGON Global Pensions View - Issue 4, 2009.
Klik hier voor het volledige artikel (in het Engels).