skip to navigation

Pensioenvisie

Nominaal pensioen: een reële optie

and Share
  • FD Selections
  • zaterdag 10 juli 2010

Johan Nieuwersteeg

In het Pensioenakkoord van 4 juni wordt een lans gebroken voor een zacht, reëel pensioensysteem. De opbouw van pensioenaanspraken wordt daarbij voorwaardelijk en identiek behandeld als de indexatie van de pensioenaanspraken.

Aan zo’n systeem ligt de gedachte ten grondslag dat waardevastheid essentieel is om uitholling van pensioenaanspraken door inflatie te beperken. Ook speelt mee dat op basis van de kredietcrisis het besef is ontstaan dat de opgebouwde pensioenaanspraken bij een pensioenfonds minder hard zijn dan is verondersteld of beoogd.

Nominaal pensioen meer voordelen

Met het streven naar een waardevast pensioen voor pensioengerechtigden is niets mis, maar een nominaal pensioen biedt de gepensioneerde deelnemer meer voordelen. In de eerste plaats heeft hij 100% zekerheid over de hoogte van zijn pensioeninkomen en kan hij zijn uitgavenpatroon daarop aanpassen. Daarnaast heeft de deelnemer op de pensioendatum met een nominaal pensioen meer flexibiliteit en kan hij met een hoog/laag constructie beter inspelen op zijn behoeftes.

In de eerste jaren na zijn pensionering mag verwacht worden dat de inkomensbehoefte groter is dan aan het eind van zijn levensfase. Daarbij blijkt dat veel deelnemers het langlevenrisico onderschatten en zij ervan uitgaan dat ze minder lang leven dan de gemiddelde levensverwachting. Met als gevolg van inflatie afnemend besteedbaar inkomen bij veroudering wordt bij een nominaal pensioen reeds ingespeeld op het dalende uitgavenpatroon naarmate men ouder wordt. De contante waarde van bijvoorbeeld een 2% stijgende pensioenuitkering vanaf 65-jarige leeftijd ligt tot grofweg 82-jarige leeftijd lager dan een actuarieel gelijkwaardige nominale pensioenuitkering. Voor deelnemers die niet verwachten ouder te worden dan leeftijd 82 is een nominale uitkering gunstiger.

Inflatiebestendig pensioen duurder

Bij de waardering van reële pensioenaanspraken blijkt dat de werkelijke inflatie sterk afwijkt van de inflatieverwachting. Op dit moment is de inflatie 1%, terwijl de verwachting op grofweg 2,5% uitkomt. Dit betekent dat de markt impliciet een toename van de inflatie verwacht. De waardevastheid van een reëel pensioen wordt zodoende veel hoger gewaardeerd dan de indexatie die een deelnemer nu zou ontvangen. Daarbij speelt ook een rol dat inflatie onzeker is, welk risico in de waardering naar voren moet komen. De deelnemers zullen daardoor een lagere indexatie ontvangen dan nu veelal het geval is. Een inflatiebestendig pensioen is daarmee duurder dan een nominaal pensioen met een voorwaardelijke indexatie.

De mogelijkheid van een lagere, gegarandeerde uitkering die het akkoord voorstelt, is een betere oplossing om tegemoet te komen aan het probleem van een gebrek aan schokbestendigheid van het pensioensysteem. Door bijvoorbeeld maar 80% van de nominale toezegging te garanderen kan de overige 20% tezamen met een eventueel budget voor indexatie worden ingezet in een risicovol beleggingsbeleid; de 80% is derhalve een vangnet. 80% is zeker en 20% is onzeker en afhankelijk van de beleggingsresultaten.

Door de toezegging van een hoger nominaal pensioen kan dus via een omweg een waardevastheid pensioen worden nagebootst en heeft de deelnemer de vrijheid om bij pensionering de pensioenuitkering aan te passen aan zijn persoonlijke behoefte. De deelnemer heeft zelfs de mogelijkheid van een tijdelijk hogere uitkering, welke als tijdelijke indexatie kan worden aangewend. Met een garantieniveau lager dan 100% kan ruimte gecreëerd worden voor een hoger indexatiepotentieel.

Johan Nieuwersteeg, AEGON Corporate & Institutional Clients. Geschreven op persoonlijke titel.

Reacties op dit artikel (1)

# Theo Gommer
maandag 12 juli 2010 13:10
Helemaal mee eens. De gemiddelde deelnemer heeft liever een zeker nominaal pensioen, ook al wordt dat door inflatie uitgehold, dan een onzeker waardevast pensioen. Ook kiezen de meeste deelnemers voor hoog/laag, logisch. Allereerst wil een gepensioneerde in de eerste jaren nog van alles doen, ten tweede, hoe plat het ook klinkt, 'binnen is binnen' (je hoeft het tenslotte niet uit te geven). Ook bij veel BPR-regelingen zie je dat gepensioneerden hun recht (ook al is het daar deels een vaste indexatie) omzetten in een bij aanvang hoger nominaal pensioen.