Kunnen we straks bewust met pensioen?
In een persbericht van 26 februari 2010 op de website van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) schrijft demissionair minister Donner dat snel maatregelen nodig zijn in de pensioenwereld.
Deze maatregelen ziet hij niet alleen op het vlak van professionalisering van het beheer van de pensioengelden door pensioenfondsen. Ook roept hij op tot meer flexibiliteit in de pensioenrechten. Werkgevers en werknemers moeten bewust worden van de risico’s die met het beleggen van pensioengelden gepaard gaan.
Niveau van de werknemer
Hoe moet dit alles nu worden vertaald naar het niveau van de werknemer? Deze denkt gedurende zijn dienstverband een goed en zeker pensioen op te bouwen. Komt hij of zij straks bedrogen uit? Als de werknemer niet snel pensioenbewust wordt gemaakt, meen ik dat het antwoord hierop bevestigend luidt. Vaak gaat de werknemer zich pas vlak voor de pensioendatum interesseren voor zijn pensioeninkomsten. Als deze tegenvallen, zal de werknemer langer moeten doorwerken.
Het lijkt mij beter om eerder over pensioen te gaan nadenken. De werknemer moet zich dan ook bewust zijn van zijn arbeidsmarktpositie en loopbaanontwikkeling. Die zijn voor oudere werknemers op dit moment niet bepaald rooskleurig. Hoewel uit onderzoek blijkt dat de arbeidsparticipatie van ouderen licht is verbeterd, moet er mijns inziens nog veel gebeuren wil er sprake zijn van een duurzame inzetbaarheid.
Scholing
Voor de regering vormt duurzame inzetbaarheid van ouderen een voorwaarde voor de verhoging van de AOW-leeftijd. Het maakt de AOW voor de overheid betaalbaar en voorziet in het te verwachten tekort op de arbeidsmarkt. Sociale partners krijgen van de regering daarom de taak toebedeeld om een doelgericht beleid te ontwikkelen dat via de weg van de cao onderdeel zal worden van de individuele arbeidsovereenkomsten. Ingezet zal vooral worden op scholing van ouderen. Hierdoor wordt de arbeidsmobiliteit in de onderneming of daarbuiten vergroot. Maar als we nu toch met scholing van de werknemer aan de gang moeten, is het dan niet verstandig om de werknemer niet alleen bij te brengen wat hij nog meer kan, maar ook dat hij zich bewust moet zijn van zijn pensioenpositie?
Het mes snijdt dan aan twee kanten. Aan de ene kant wordt bereikt dat de werknemer leert meer uit zichzelf te halen, zodat hij langer kan doorwerken. Aan de andere kant krijgt hij een reëel besef van de waarde van zijn pensioen. Als dat minder is dan hij aanvankelijk dacht, stimuleert dat de werknemer om langer door te werken. Het is dus van groot belang dat de werknemer zich realiseert wat hij aan pensioen kan verwachten als hij de gesprekken met zijn werkgever ingaat over zijn duurzame inzetbaarheid. De werknemer zal zijn loopbaanplanning voor de rest van zijn leven daarop moeten afstemmen. Zowel werkgever als werknemer moeten in deze gesprekken een reëel beeld hebben van hun pensioenambitie en wat het kost om die waar te maken.
Voldoende werkgelegenheid
Een noodzakelijke voorwaarde voor duurzame inzetbaarheid en een reële pensioenambitie is dat er voldoende werkgelegenheid is voor ouderen. Zonder voldoende werkgelegenheid kan geen sprake zijn van duurzame inzetbaarheid en van verwezenlijking van een reële pensioenambitie voor de (oudere) werknemer.
Nu vanwege de kredietcrisis veel oudere werknemers het veld hebben moeten ruimen, is het de vraag of deze groep in gelijke mate weer terugkeert in het arbeidsproces.
Hopelijk denken de sociale partners alvast na over het een gerechtvaardigd aanname- en ontslagbeleid als de vraag naar arbeidskrachten weer aantrekt. Ik meen dat het werkgevers zou sieren als het aannamebeleid rekening houdt met het in dienst nemen van oudere werknemers. Dit is ook nodig om te streven naar een verhoogde en duurzame arbeidsparticipatie van ouderen, een betaalbaar reëel pensioenstelsel alsook een volledige pensioenbewustwording bij de werknemer.
Oproep
Ik meen dat de val van het kabinet de sociale partners er niet van moet weerhouden om een verdere discussie over duurzame inzetbaarheid en een toekomstbestendig pensioenstelsel uit te stellen tot het op de politieke agenda wordt geplaatst of tot de werkgelegenheid aantrekt. Ik doe daarom een welgemeende oproep aan sociale partners om een rechtvaardig beleid te ontwikkelen voor aanname en duurzame inzetbaarheid van de oudere werknemer en te komen tot een transparant en realistisch pensioenstelsel. In mijn ogen krijgt de ‘gewone’ werknemer daarmee de gewenste zekerheid over zijn arbeidsparticipatie- en pensioenmogelijkheden. Het is dan aan de werknemer zelf om zijn levensloopplanning daarop in te richten.
Mr. Mariette D. Vis is zelfstandig advocaat Arbeidsrecht & Pensioenrecht te Naarden-vesting