Verwachtingen over de levensduur worden keer op keer naar boven bijgesteld. De rekening voor pensioenfondsen en hun deelnemers loopt op.
Bendert Zevenbergen, Amsterdam
Het Actuarieel Genootschap kondigt in april aan om nog dit jaar met nieuwe sterftetafels te komen die worden gebruikt door pensioenfondsen en verzekeraars. De brancheorganisatie kiest voor vervroegde publicatie, omdat de oude prognoses voor de komende decennia nu al door de actuele sterftecijfers worden achterhaald.
Het genootschap, waaraan ongeveer 800 actuarissen zijn verbonden, kampt echter met de juiste methodiek om de levensverwachting te schatten van mensen die in de komende decennia tot 2050 geboren worden. 'Waarschijnlijk komen onze tafels pas begin volgend jaar, tenzij iemand nog snel het ei van Columbus vindt', zegt de woordvoerder.
Tijdelijke verlichting
Voor de 600 Nederlandse pensioenfondsen betekent dit mogelijk een tijdelijke verlichting. De dekkingsgraden van de meeste fondsen zijn stevig aangetast. Een groot deel van de fondsen zit nog rond de kritische grens van 105%. Een nieuwe tik nu, met een verhoging van de premies tot gevolg, kan beter aan de deelnemers worden verkocht bij een hogere dekkingsgraad.
De meeste fondsen baseren hun pensioenpremies en -verplichtingen nu op prognoses voor de levensverwachting die het genootschap voor het laatst in 2007 publiceerde. De cijfers zijn aan herziening toe, omdat ze zijn berekend op sterftecijfers tot 2006 en de prognoses jaar op jaar sterk bij de werkelijkheid achterbleven.
'Genootschap loopt achter de feiten aan'
Actuaris Jeroen van den Bosch van consultant Ortec Finance denkt dat pensioenfondsen er niet aan ontkomen hun pensioenverplichtingen volgend jaar met zo'n 3% op te hogen. Hij baseert zich daarbij op verwachtingen van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat eind 2008 met zijn tweejaarlijkse prognose kwam.
Die visie wordt gedeeld door actuaris Richard Meijer van Watson Wyatt. 'Uit de jaarlijkse sterftecijfers van het CBS blijkt dat het genootschap met zijn prognoses achter de feiten aanloopt. Vrijwel geen enkel pensioenfonds rekent al zelf met de versnelde toename van de levensverwachting, omdat de prognoses van het genootschap leidend zijn.' Het doortrekken van de actuele CBS-cijfers leidt volgens Meijer tot een toename van tussen de 3% en 4% in de verplichtingen.
Aldrik Venemans van pensioenconsultant Mercer zet lager in. Hij rekent op een toename van de verplichtingen van 2%.
Opnieuw tegenvaller
Zeker is dat de 600 Nederlandse pensioenfondsen na drie jaar opnieuw te maken krijgen met een tegenvaller in hun pensioenlasten. Begin 2007, bij de invoering van de nieuwe Pensioenwet en het Nieuw Financieel Toetsingskader, werden pensioenfondsen verplicht om niet alleen actuele cijfers in te voeren, maar ook te rekenen met prognoses over de levensverwachtingen.
Dit leidde destijds tot een stijging van de verplichtingen van gemiddeld zo'n 5% ineens. De reusachtige toename kon op dat moment gemakkelijk gedragen worden, omdat de pensioenpotten begin 2007 nog overvol waren. Bovendien werd tegelijk de methodiek voor het berekenen van de pensioenverplichtingen door het vervallen van de vaste rekenrente gewijzigd, zodat het echte effect gedeeltelijk uit het zicht bleef.
ABP en Zorg en Welzijn
Het grootste pensioenfonds van Nederland, ambtenarenfonds ABP, baseert als een van de weinige zijn pensioenlasten op de cijfers van het CBS. Het fonds past zijn cijfers eind dit jaar al aan. 'Van de eerstvolgende actualisering van de actuariële grondslagen zal een opwaarts effect op de verplichtingen uitgaan', stelt het ABP. Het fonds, dat eind september een dekkingsgraad had van precies 105%, kan niet aangeven hoeveel de ophoging zal zijn, omdat het in bespreking is over de hoogte van de toekomstige premies en eventuele inflatie-indexatie.
Pensioenfonds Zorg en Welzijn, het tweede fonds in omvang, rekent met een stevige verhoging van de verplichtingen. 'Op grond van de jongste CBS-prognoses moet de voorziening met 2,5% omhoog. Dat betekent dat de dekkingsgraad eigenlijk 2,5 punten lager is dan getoond', aldus directeur Peter Borgdorff. De pensioenpremie moet bij een dergelijke toename 0,4% omhoog.
Het wachten is echter op de tabellen van het Actuarieel Genootschap, omdat die de leidraad voor Zorg en Welzijn vormen. 'We gaan ervan uit een vergelijkbaar effect te zien in de nieuwe tafel van het genootschap. De jongste CBS-prognoses zijn van dien aard dat het genootschap versneld met een nieuwe tafel komt, in plaats van eens in de vijf jaar.'
Toets voor herstel
Ronald Doornbos van Towers Perrin wacht de cijfers van het genootschap in spanning af, maar geeft zelf nog geen verwachtingen af. 'De cijfers zijn in het bijzonder relevant omdat veel pensioenfondsen nog in herstel uit onderdekking bezig zijn. Een aanpassing van een overlevingstafel kan cruciaal zijn in de toets of een pensioenfonds wel of niet is hersteld.'
Doornbos wijst erop dat de effecten van fonds tot fonds kunnen verschillen, 'afhankelijk van de aard van de pensioenregeling en de samenstelling van het deelnemersbestand'.
Pensioenfondsen en certificerende actuarissen kunnen bij de vaststelling van de jaarcijfers over 2009 nog in conflict komen. De Pensioenwet uit 2007 eist dat pensioenfondsen zich baseren op toekomstige verwachtingen over de levensduur. Voor de controlerende actuarissen geldt dus hetzelfde.
Druk bij het genootschap
Zolang het genootschap echter op zich laat wachten, zijn er geen officiële cijfers voorhanden om nu al tot een hogere pensioenplicht over te gaan. Anderzijds weten de actuarissen op basis van de CBS-cijfers en de eigen berekeningen dat de pensioenverplichtingen te laag worden ingeschat als niet met een hogere levensverwachting rekening wordt gehouden. De druk ligt nu bij het genootschap om nog voor het jaareinde met nieuwe prognoses te komen.