Onbewust toch meer pensioenbewust
Beste Theo,
Ter voorbereiding van ons jaarlijkse congres PensioenVak hebben we de afgelopen dagen de vragen voor de straatinterviews getest. De bedoeling was om pensioenonbewustzijn aan te tonen en daar onderscheid in aan te brengen om het vage begrip van handvatten te voorzien. De uitkomsten van de interviews weerspiegelen absoluut niet de recente onderzoeken van bijvoorbeeld de Pensioenkijker. Wat doe ik fout?
Te veel push, te weinig pull.
Graag nodig ik hierbij marketeers en onderzoekers uit om recent onderzoek met mij te delen om samen een helder beeld te krijgen van het echte pensioenbewustzijn en hoe de sector de mensen kan helpen om hun oudedag financieel te verbeteren. Als ruil vooraf vertel ik iets over mijn recente bevindingen. Het lijkt dat het wel of niet aanwezig zijn van een pensioenbewustheid nu totaal verkeerd wordt benaderd. Te veel push, te weinig pull. Hierdoor wordt het zoeken naar oplossingen gefrustreerd.
Oordeel zelf
Geen camera, wel een clipboard en een microfoon waarvan het snoer loos in mijn binnenzak verdwijnt. Met die instrumenten maak je duidelijk dat je niets gaat verkopen, maar wat wil weten. Hoeveel de man en de vrouw in de straat aan pensioen verwacht, kunnen ze me niet vertellen, maar ze hebben een goede kijk op grove uitkomsten als ‘genoeg’ en te ‘weinig’. Kennelijk zijn we in ons land veel pensioenbewuster dan de sector denkt. Of wil denken … Maar misschien doe ik wat fout, oordeel zelf.
Zonder Eddy Zoëy
De antwoorden op controlevragen tonen aan dat de eerder gegeven antwoorden kloppen met de werkelijkheid die uit de eerder gegeven antwoorden naar voren komt. ‘Wat is uw beroep?’ ; ‘Hoe lang werkt u bij de huidige werkgever?’; ‘Bent u lid van een vakbond?’ ; ‘Bent u ooit gescheiden?’en ‘Heeft u een eigen woning?’
Volgens recent onderzoek van de Pensioenkijker is slechts 12 procent van de mensen werkzaam in loondienst op de hoogte van hun pensioeninkomen. Het onderzoek is uitgevoerd onder 2.200 Nederlanders in opdracht van CentiQ, Wijzer in geldzaken, Pensioenkijker.nl en TNS NIPO.
Wij hebben slechts 27 mensen op straat gesproken (ruim vijftig benaderd) en bij 8 gezinnen (12 keer gezinnen benaderd) mochten we binnenkomen toen we bij ze aanbelden. Twee jaar geleden had ik voor filmpjes op HypoVak de medewerking van Eddy Zoëy om bij mensen op de koffie te komen. Ook zonder hem willen mensen best hun verhaal doen over hun pensioen en waren we welkom. Het onderzoekje is te beperkt om er enige statistiek van te brouwen, maar de kwaliteit is wel zo hoog dat ik er zelf conclusies aan durf te verbinden.
Psychosociale benchmark
De algemene conclusie is dat de pensioenbewustheid veel groter is dan de onderzoeken doen vermoeden. Mensen die zeggen te weten hoeveel ze mogen verwachten, hebben hun zaakjes ook al aardig voor elkaar en willen daar best met zelftrots over vertellen. Het zal niemand verbazen dat gezinnen in koophuizen met een Volvo voor de deur meer pensioenbewust zijn dan gezinnen in huurwoningen die aangewezen zijn op een gebruikte Astra, of juist tot hun nek zijn volgeleend om een Alfa te kunnen bezitten. Vijftig-plus-vakbondsmannen weten van de hoed en de rand. Het maakt niet uit of ze hun huis huren of ooit gekocht hebben.
Wat mij opviel was dat de meetlat die veel mensen gebruiken blijkt een meer psychosociale benchmark is dan een financieel instrument. De jaarlijkse informatie van de pensioenuitvoerder gaat direct naar de schoenendoos.
‘Genoeg’ of te ‘weinig’.
De grijze massa van nu is het voorbeeld. ‘Gepensioneerden zitten er warmpjes bij.’ ; ‘Mijn ouders weten van gekkigheid niet wat ze met het geld aanmoeten.’ En ‘Als ik tachtig ben, dan heb ik toch geen geld meer nodig.’ ‘Waarom zou ik de erfenis spekken.’Je kunt stellen dat mensen de feiten onvoldoende kennen, maar ze denken er wel over na. Ben je dan bewust of onbewust?
Ik krijg de stellige indruk dat de financiële sector de eigen kennis wil spiegelene aan die van de man op de straat om het bewustzijn te meten. De pensioensector denkt langs de lijn van: pensioengrondslag, opbouwpercentages en franchise; BPR of middelloon. Of: pensioenverzekeraar versus pensioenfonds. De werknemer denkt in: wonen, familie, zorg en een aangename besteding van de vrije tijd. Dan gelden vooral de begrippen ‘genoeg’ en te ‘weinig’.
Kijkend naar de huidige voorbeeldgeneratie, dan denken Jan en Marie Modaal dat het wel goed zit. En staan ze er door persoonlijke omstandigheden zelf slecht voor, dan denken ze: ‘Het komt wel goed.’ Je kunt stellen dat men juist heel bewust de kop in het zand steekt. Of mensen berusten al in het feit dat ze - net als nu - ook straks moeizaam rond zullen komen. Die mensen vertellen mij eerst dat ze niet weten hoe ze er straks voorstaan, maar als je daar op doorvraagt, weten zet het donders goed. Over de oplossing hebben ze ook al nagedacht. Doorwerken.
Verzekeringsmannetje
Als we vragen of men behoefte heeft aan een één op één gesprek met een pensioenadviseur, dan tekent het huidige imagoprobleem zich af. Wel blijkt er behoefte aan informatieve bijeenkomsten. Bij de werkgever (verreweg de meeste genoemde), bij de bank en van hun eigen ‘verzekeringsmannetje’. (En dat is geen scheldwoord, maar een koosnaam waaruit het vertrouwen blijkt dat mensen in hem hebben.) Dat mannetje heeft misschien niet de juiste deskundigheid, maar kan wel een paar experts optrommelen.
Opflakkerende bewustzijn
Voor de branche en de politiek wil ik de volgende losse uitkomsten nog even vermelden. Er blijkt een grote behoefte aan een tijdelijke aanvulling op pensioen. Zo tussen 65 en 75 wil men graag wat extra’s om actief van het leven te gaan genieten. Uit mijn steekproefje blijkt dat mensen die nu te kort komen, onmiddellijk afhaken als ze de prijs van een levenslange aanvulling vernemen. Het opflakkerende bewustzijn dooft dan gelijk. Van banksparen heeft (beperkte steekproef, ik weet het) niemand gehoord. Spaarloon wordt herkend en vaak gebruikt. Levensloop achten mensen met de vage achterliggende doelen niet van toepassing op zichzelf.
Wie mij kent, weet dat ik jarenlang gezinnen heb geadviseerd over Leven en Pensioen. Hoewel ik steeds met vragen binnenkwam, zat ik in twee van de drie gevallen uiteindelijk juist vragen te beantwoorden en weer de bekende levenslijntjes en de rendementsboogjes te tekenen. Inmiddels betwijfel ik ook de aloude aanname dat mensen geen belangstelling hebben voor pensioen.