'Help! Mijn man wordt zzp-er’
FD Selections Mijn vorige column, ‘Pensioen, de dode hoek van de zzp-er’ richtte zich op de oudedagsvoorziening van de zzp-er. Ik hield toen een pleidooi voor een instapmodel lijfrente voor deze groeiende groep ondernemers. Urgenter dan de oudedagsvoorziening is eigenlijk de partnervoorziening, zeker wanneer de partner van de zzp-er financieel afhankelijk is.
Als de partner eigen inkomsten heeft die voldoende zijn om van te leven, is er wat betreft het partnerpensioen minder reden tot zorg; zeker als de hypotheek met de uitkering van een overlijdensverzekering wordt afgelost en/of de kinderen de deur uit zijn.
Zorgplicht
Iedereen die op enigerlei wijze professioneel betrokken is bij de overgang van het werknemerschap naar het ondernemerschap heeft, gezien het belang en de complexiteit op dit punt, een zorgplicht. Voor adviseurs blijkt de beginnende zzp-er geen aantrekkelijke doelgroep. Verwaarlozing van het partnerpensioen kan echter tot financiële rampspoed leiden voor de achterblijvende partner. Deze is dan wellicht aangewezen op een uitkering op grond van de Algemene Nabestaandenwet en een beroep op zorg- en huurtoeslag.
Het partnerpensioen vraagt om twee redenen bijzondere aandacht:
De eerste reden is dat het einde van het deelnemerschap in de pensioenregeling ook gevolgen heeft voor het partnerpensioen Wat de exacte gevolgen zijn wordt vooral bepaald door de wijze waarop het partnerpensioen wordt gefinancierd. Gaat het om een partnerpensioen op risicobasis, dan zou moet de stormbal gehesen worden. Na het einde van het deelnemerschap is er immers geen enkele dekking meer voor het partnerpensioen. Dit is anders als het wettelijk recht om een deel van ouderdomspensioen uit te ruilen tegen partnerpensioen wordt benut. Maar dan nog is de vraag of de dekking voldoende is.
Het tweede punt is dat, als het partnerpensioen op opbouwbasis is gefinancierd, er wel dekking is voor partnerpensioen maar de hoogte ervan slechts een deel is van het opgebouwde ouderdomspensioen.
Leesmap
In beide gevallen is het partnerpensioen onder het vroegere niveau en in beide gevallen kan een aanvullende dekking broodnodig zijn. Dit kan in de vorm van een nabestaandenlijfrente (premie aftrekbaar en uitkering belast) of in de vorm van een tijdelijke overlijdensverzekering in box 3 (premie niet aftrekbaar en uitkering niet belast).De kosten daarvoor zijn doorgaans acceptabel of zelfs verwaarloosbaar. Het is net als een abonnement op de leesmap: je hebt het wel maar je merkt het nauwelijks.
De kou is voorlopig uit de lucht als de zzp-er de deelname in de pensioenregeling tijdelijk voortzet. Maar dan zullen de pensioenzaken over drie jaar, als de deelname eindigt, geregeld moeten worden
Daarnaast moet het partnerpensioen de aandacht krijgen die het verdient. Een Postbus 51-campagne met als motto ‘Help mijn man wordt zzp-er’ kan daar enorm bij helpen.
Prof. Dr. Gerry Dietvorst staat aan het hoofd van het CompentenceCentre for Pension Research Universiteit van Tilburg en is werkzaam bij Achmea.