Debat over zzp-ers en pensioen
FD Selections Zonder heldere definitie van de zzp-er is het lastig om hem te helpen bij het regelen van zijn pensioen.
Dat bleek op het debat over zzp-ers en pensioen dat Netspar, Network for Studies on Pensions, Aging and Retirement, afgelopen maandag in Den Haag organiseerde.
Zonder een heldere definitie kunnen er geen statistieken worden bijgehouden. Hierdoor is het aantal zzp-ers in Nederland niet precies bekend. Schattingen liggen tussen de 400.000 en 640.000, zo'n 12 % van de beroepsbevolking. Tot voor kort groeide de groep zzp-ers evenredig met het aantal werkende mensen. De afgelopen drie jaar is er echter ook een relatieve groei.
In zijn presentatie schetste hoogleraar Ton Wilthagen van de Universiteit van Tilburg de karakteristieken van de gemiddelde zzp-er: een man van 44, die 42 uur per week werkt en 20.000 euro per jaar verdiend. Ongeveer 16 % van de zzp-ers zit onder de armoedegrens. Veel zzp-ers combineren het ondernemerschap met een baan in loondienst. Zzp-ers vallen buiten het klassieke systeem van werkgevers en werkgevers, waardoor ze op de pensioenmarkt vaak buiten de boot vallen. Volgens Wilthagen bouwt 80 % van de zzp-ers te weinig of geen pensioen op, terwijl 75 % wel een pensioen wil.
Pensioenoplossingen voor de zzp-er
Hoe moet het pensioenprobleem van de zzp-er worden opgelost? Hoogleraar Frank de Jong van de Universiteit van Tilburg presenteerde een studie naar een robuust pensioencontract voor zzp-ers. Een dergelijke pensioenregeling zou gebaseerd kunnen worden op specifieke, leeftijdsafhankelijke defaults voor premiepercentage en beleggingsbeleid. Volgens De Jong moet de premie van de regeling flexibel zijn, vanwege de fluctuaties in het inkomen van de zzp-er. De inleg moet worden belegd in aandelen en langlopende, geïndexeerde obligaties. De Jong oppert verder dat er voor tijdelijk verlof of arbeidsongeschiktheid de mogelijkheid moet zijn om in te teren op het pensioenvermogen. Lees de studie van Frank de Jong.
Hoogleraar Fieke van der Lecq van de Erasmus Universiteit en Alwin Oerlemans van Cordares bieden drie mogelijke oplossingen voor het pensioenprobleem van de zzp-er. De eerste mogelijkheid is om één pensioenfonds op te richten waar alle zzp-ers automatisch aan meedoen, behalve als ze expliciet aangeven dat niet te willen. Een andere optie is dat de zzp-er zich uit eigen beweging kan aansluiten bij een zzp-pensioenfonds. In deze situatie zouden meerdere fondsen met elkaar concurreren. De derde mogelijkheid is om de bestaande vrijwillige afname van een zzp-pensioenproduct binnen de derde peiler verder te faciliteren. Van der Lecq en Oerlemans benadrukten nogmaals dat er pas een pensioenoplossing kan komen voor de zzp-er als de definitie van het begrip eenduidig en hanteerbaar is. Bekijk de presentatie van Fieke van der Lecq en Alwin Oerlemans.
Toegankelijkheid lijfrenten
In een fiscaal-juridische beschouwing van het pensioen van de zzp-er, stelde hoogleraar Gerry Dietvorst van de Universiteit van Tilburg vast dat de zzp-er voor de opbouw van een pensioen op dit moment aangewezen is op het lijfrentenregime. Dietvorst vindt dat dit voldoende is en ziet geen reden voor een fundamentele ingreep door de wetgever. Alleen de toegankelijkheid van lijfrenten zou verbeterd moeten worden, bijvoorbeeld door middel van collectieve arrangementen of door de herintroductie van een beperkte toetsvrije aftrek. Dietvorst spreekt zich nadrukkelijk uit tegen de oudedagsreserve, omdat het geen bijdrage levert aan een gewaarborgd pensioen en geen betekenis heeft als partnervoorziening bij overlijden.